Aangezichtspijn

Aangezichtspijn is te herkennen aan een plotselinge, heftige pijn aan één kant van het gezicht. De pijn ontstaat bijvoorbeeld door druk op de aangezichtszenuw (de nervus trigeminus); deze zenuw heeft drie vertakkingen naar het voorhoof en de ogen (1), de neus en bovenkaak (2), en de mond en de onderkaak (3). De aangezichtszenuw kan geprikkeld worden door een vaatafwijking bij de zenuwknoop (het ganglion Gasseri) in de hersenen.

Aangezichtspijn wordt ook wel trigeminus neuralgie genoemd. De pijnscheuten voelen aan als elektrische stroomstoten en kunnen optreden in verschillende vertakkingen van de aangezichtszenuw. De pijn kan optreden aan voorhoofd en oog, maar zit meestal in de bovenkaak en neus en in de onderkaak.

Typisch voor deze vorm van hoofdpijn is dat de pijn optreedt na een prikkel die normaal niet pijnlijk is, zoals;

  • kauwen
  • temperatuursverandering
  • aanraken van de huid
  • eten
  • praten
  • tandenpoetsen
  • een koude wind

Ook is er vaak sprake van een drukpunt onder het jukbeen: druk op deze plek kan de pijn versterken. Tussen de aanvallen is er geen sprake van hoofdpijn.

Atypische aangezichtspijn

Als de pijn langer duurt dan een paar minuten is er meestal geen sprake van de trigeminus neuralgie. Soms gebruikt men voor een dergelijke langer aanhoudende pijn de term atypische aangezichtspijn.